10 november 2021

Sloper’s Cesar: ‘Er was wel ingewikkelde muziek en jazz in de 60’s, maar daar luisterde je niet naar’

Verpulveren. Dat is wat slopers doen. Deels, want je kunt ook iets met beleid subtiel ontmantelen en nog goede zaken bewaren voor hergebruik. De band Sloper heeft een bijzondere samenstelling: twee drummers van formaat (uit Golden Earring en Triggerfinger) en twee gitaristen, waarvan er een magnifieke rockstrot bezit. Op 13 november speelt dit unieke gezelschap in Gebouw-T.

Door Willem Jongeneelen. Foto door Carlo van den Heuvel

Rücksichtslos tekeer gaan, qua afreageren kan dat soms even tellen. Rammen om alles kapot te maken. Ik denk dat dit kwartet toen het vorig jaar helemaal klaar was om de podia op te gaan, maar dat niet mocht, even de behoefte kende met hun sloopkogels richting RIVM te gaan. Ze deden dat uiteraard niet, ze snapten die lockdown ook wel. Eén van de leden (drummer Cesar Zuiderwijk, Golden Earring) zat qua leeftijd al een tijdje in de risicogroep. Ook de tweede drummer (Mario Goossens, Triggerfinger) is inmiddels een routinier. Twee mannen die weten wat hard slaan is, maar meer in hun mars hebben dan dat alleen.

Is hun debuutalbum Pulverise een drumplaat? Nee, verre van dat, zo constateerde ik in de albumrecensie voor OOR. Het stevige geluid balanceert op The Thin Line tussen dat van ‘classic’ rockgroepen uit de 70’s en de peetvader van de stonerrock, Masters of Reality. Riffs en roffels, zo knipogen ze ietwat logisch in hun bio, want die andere twee mannen zijn dus gitaristen. Het is in veel tracks lekker grooven geblazen, het meest opvallend aan dit Nederlands/Vlaams/Brits vehikel is die man vooraan: Peter Shoulder. Een Brit geboren met een moordstrot voor dit type rock. Goossens drumde eerder al in diens band Winterville. Sloper lijkt een langer leven beschoren, want dit is veel meer dan zomaar een tussendoortje.

Sloper bestaat uit muzikanten met een heel breed muzikaal hart. Cesar Zuiderwijk (73) is drummer van beroep. Al heel lang. Stoppen, of het iets rustiger aan doen, het is geen optie. Ook niet nu Golden Earring noodgedwongen is moeten stoppen. Voor het magazine Soundz stelde hij twee jaar geleden, toen hij ook al met Sloper in de weer was, een lijst met albums samen die bepalend waren voor zijn carrière als slagwerker. Hij biechtte en passant op niet veel platen meer te draaien. Maar lang geleden waren er dus wel veel platen met drumwerk waar hij veel van leerde.

Cesar: ,,Waarom ik ooit ben gaan drummen? De gitaar was me te subtiel. Ik zei weleens: ik hoor niet of iets vals is. Voor mij als drummer is dat van minder belang. Ik had als kind in een drumband gezeten. Ik vond drums te gek. Mensen klaagden niet over geluidsoverlast. Dat was Den Haag toen. Minder stress. Mensen gunden elkaar meer. Op iedere hoek van de straat werd door rockbandjes live gespeeld en er waren veel dancings. Het was een andere tijd.”

6 elpees die Cesar Zuiderwijk inspireerden

  1. The Shadows – Out Of The Shadows (1962)

,,De track Little B was heel belangrijk voor me. Drummer Brian Bennett soleert. En hoe! Ik ontmoette hem pas toen mijn vrouw hem had uitgenodigd op een surprise party voor mijn 65ste verjaardag. Hij kwam omdat zijn vrouw ooit iets soortgelijks voor hem had geregeld. Hij wilde eerst niet spelen. Dat duurde niet lang. Er stonden twee drumstellen en ik stelde voor Little B samen te spelen.”

  1. The Beatles – Please Please Me (1963)

,,Ik ben dat ge-eikel zo beu dat Ringo Starr geen superdrummer zou zijn. Dat was helemaal niet nodig. Als drummer moet je je plek weten. Die anderen schreven zulke geweldige songs, daar ga je niet doorheen zitten klooien. Ringo deed niet moeilijk. Ik speelde als viertienjarige veel Beatlesdingen. Ik was helemaal niet met techniek bezig. Het was er wel, ingewikkelde muziek en jazz, maar daar luisterde je niet naar. The Beatles op de radio, dat was de input.”

  1. The Rolling Stones – The Rolling Stones (1964)

,,Alle eerste albums van hen waren belangrijk voor mij. Charlie Watts was een totaal andere drummer, de band speelde andere ritmes, de muziek was meer bluesy en veel losser dan die van The Beatles, ook al speelden beide bands in de beginjaren vaak dezelfde songs. Op het debuut van The Rolling Stones stonden covers van Willie Dixon, Chuck Berry en de Motown-componisten Holland/Dozier/Holland. Er werd meer geshuffeld dan bij The Beatles. Beide stijlen spraken mij aan.”

  1. Jimi Hendrix Experience – Are You Experienced (1967)

,,Dat album was een bom. Het zette de wereld op zijn kop. Mitch Mitchell was eigenlijk een jazzdrummer. Hij speelde alles vol, maar trad niet op de voorgrond. De zang en gitaar van Jimi bepaalde het geluid, maar daarachter hoor je Mitchell tekeer gaan. Zijn techniek was fenomenaal. Ik begreep er helemaal niets van als ik die gast op tv zag drummen. Het voelde als waanzin. Ze gebruikten veel drugs. Als je alleen al naar de songtitels kijkt, weet je dat je die niet verzint als je niet buiten jezelf treedt. Wist je trouwens dat destijds Rinus Gerritsen gevraagd is om als bassist bij Jimi te komen spelen? Hij kon niet, verplichtingen met de Earring.”

  1. Led Zeppelin – Led Zeppelin (1969)

,,Die bandnaam is verzonnen door Keith Moon van The Who. ‘I’m going down like a lead zeppelin’, had hij ooit eens geroepen. Dat had Jimi Page goed onthouden, al paste hij wel de schrijfwijze aan. Jon Bonham was een echte rockdrummer. Hij luisterde wel veel naar jazz, van Buddy Rich bijvoorbeeld. Waar die korte dingetjes tussendoor speelde, daar maakte Bonham daar slim een heel epos van. Daar was hij een meester in, met zijn snelle bassdrum. Golden Earring, met toen nog drummer Jaap Eggermont, toerde ooit met Led Zeppelin. Jaap had minder met techniek, maar keek wel ademloos toe als Bonham repeteerde. Als producer van Livin’ Blues, waar ik toen in speelde, kon Jaap prima aan mij uitleggen hoe Bonham werkte. Erg veel aan gehad.”

  1. The Who – Live at Leeds (1970)

,,Tot The Who in 1965 met My Generation kwam, vond ik alles super braaf. Drummer Keith Moon was onnavolgbaar. Begreep hij zelf wel wat hij allemaal deed? Hij maakte er een heerlijk rommeltje van. Met de huidige opnametechnieken hadden ze waarschijnlijk veel gecorrigeerd, maar zou het vast minder goed geweest zijn. Keith was niet zo steady. Maar die dubbele bassdrum van hem wilde ik meteen ook hebben. Zoals Keith wilde ik er bijzitten, niet als Ringo of Charlie. Met de Earring hebben we veel met The Who gespeeld later. Soms was het niet te doen, soms stond je aan de grond genageld: zo goed! Keith is vroeg aan zijn eind gekomen. Op zijn hoogtepunt het loodje gelegd. We geloofden het bericht over zijn dood eerst niet. We dachten: die springt straks weer gewoon uit een taart. Niet dus.”