Een plaat als speeltuin, experimenteren met verschillende livevormen, werken aan beweging en performance en een lichtobject dat al tijden in haar hoofd zat. De Artist in Residence van Pitou bij Gebouw-T loopt ten einde. Maar als we met haar terugkijken, voelt het vooral als een periode die veel nieuwe deuren heeft geopend.
Toen Pitou aan haar residentie begon, stond vooral de vertaling van haar nieuwe album P2 naar het podium centraal. Inmiddels is die zoektocht veel breder geworden.
“Het album was voor mij echt een soort speeltuin. Om verschillende kanten van mijn eigen muzikantschap te ontdekken, maar ook verschillende banden die ik met muziek aan kon gaan.”
Die speeltuin trok ze mee het podium op. De afgelopen periode speelde ze haar nummers met band, solo en in verschillende andere bezettingen. Daarbij moesten nummers soms opnieuw worden uitgevonden. Sommige nummers begonnen daar ook letterlijk opnieuw. Fish ontstond ooit op gitaar, terwijl Too Good To Go begon vanuit een vocal loop en later juist op gitaar moest worden uitgezocht.
“Dan wordt je eigen werk ineens studiemateriaal, omdat je het op een andere manier moet benaderen.”
Welke bezetting het beste werkt, hangt voor Pitou sterk af van de plek. In een kerk met veel galm wil ze juist met de ruimte spelen. In een club heeft de band haar voorkeur, mede vanwege het plezier van het samenspelen met de muzikanten met wie ze de plaat maakte. Solo spelen heeft weer een heel andere spanning.
“Maar als het echt gaat om een volledige show te geven waarbij ik de plaat wil presenteren, dan ben ik echt heel blij dat ik dat met de band kan doen.”



