Ga terug naar het overzicht

Sven Hammond – De strijkplank blijft thuis

24 december 2018

Sven Figee is zo een met zijn Hammond dat hij zich ernaar vernoemde. De 42-jarige Haagse muzikant treedt met de naar hem vernoemde, deels vernieuwde band vol topmuzikanten donderdag 13 december op in Gebouw-T.

‘De strijkplank blijft thuis’

Door Willem Jongeneelen

Voorheen stond er ook nog een tijdje Soul achter de huidige bandnaam. Soul zit er nog altijd in de muziek, maar die gaat inderdaad vele malen breder. Vergezeld van uit de jazz bekende muzikanten is de groep uitgegroeid tot een naam van formaat, ook in het internationale live-circuit. Naast soul durft de groep zich ook vol overgave op rock, funk en blues te storten. De constante factor is al dik een decennium lang dat stomende, ronkende, spugende, piepende, krakende en bedwelmend lekkere Hammond orgel van opperbaas Sven. Anno 2018 is Sven Hammond een oerdegelijke band, wars van trends en conventies, ook al ruilden ze na zeven jaar toeren en drie studioalbums zanger Ivan Peroti inmiddels in voor Jared Grant. Ook een kanjer.

,,De toevoeging Soul aan de bandnaam licht slechts een tipje van de sluier op. Deze bandleden draaien hun handen ook niet om voor een portie jazz, rhythm & blues, soul, blues, funk of ska. Ik huldig slechts één principe: alles kan en alles mag. De band is er niet alleen voor Hammond-fanaten, maar ook voor funkfans, soulkikkers en liefhebbers van goede popliedjes.” Dat zijn toekomst in de muziek lag, dat wist Sven Figee al op heel jonge leeftijd. Hij had een grote voorliefde voor zowel klassieke muziek, jazz als soul. De keuze op 18-jarige leeftijd voor het conservatorium was een logische. ,,Daar kon ik me vier jaar lang storten op mijn instrument, de piano toen nog. Mijn smaak is altijd breed geweest. Ik vond Pink Floyd te gek, heb een heuse Elvis-periode gekend, vond als kind Wham te gek en later draaide ik Keith Jarrett helemaal grijs. Ik realiseerde me al vroeg dat als je met muziek maken je boterham wil verdienen, dat je vooral niet te kieskeurig moet zijn, in het begin. Dat mag wel, maar dan zit je toch vaker op je zolderkamer dan dat je op een podium staat.”

De liefde voor toetsen heeft Sven Figee helemaal te danken aan zijn opa en oma. ,,Mijn opa kon waanzinnig improviseren. Ik stond als kind van drie of vier naast hem als hij achter de vleugel zat die nu in mijn eigen huiskamer staat opgesteld. Hij speelde zonder papier, in de stijl van grootheden als Earl Hines en Fats Waller, maar dat ontdekte ik uiteraard pas later. Hij speelde soms ook snel en funky. Het maakte op mij als kind een onuitwisbare indruk. Mijn oma speelde klassiek. Zij wilde heel graag dat ik concertpianist werd. Ik had al snel gezien dat dat het voor mij niet werd. Dat waren allemaal wonderkinderen.” Als toetsenist speelde Figee de eerste jaren ook in diverse rockbands. Met onder meer Topaz maakte hij een album, maar hij trok ook de podia over met uiteenlopende namen als Anouk en Keith Caputo. ,,Ik heb veel respect voor rockmuzikanten hoor, maar als toetsenist mistte ik in die muziek toch redelijk snel de uitdaging. Die lag er voor mij veel meer in de jazz en de soul.”

Figee speelde eerst louter piano. Op die Hammond is hij pas later, min of meer bij toeval, gestuit. ,,Mijn muzikale maatje Roland Dirkse vroeg me of ik zin had om in zijn funkband te willen komen spelen. Hij sprak de legendarische woorden: Je mag je strijkplank thuis laten, wij hebben een Hammond. Ik ging naar die kelder voor een repetitie. Daar stond dat apparaat. Ik werd meteen gegrepen door het geluid. Ik snapte meteen hoe Pink Floyd aan hun sound kwam en ben meteen in de platen van Tower Of Power en Jimmy Smith gedoken. Het geluid heeft me nooit meer losgelaten.” Het lukte Figee van meet af aan uitstekende muzikanten voor zijn groep te strikken, waaronder Joost Kroon (drums) en Glenn Gaddum Jr. (bas). ,,Begrijp me niet verkeerd, maar als je in een kleine bezetting speelt met in elk nummer een orgelsolo, dan heb ik mijn verhaal toch snel verteld. Het publiek heeft het dan na vier nummers ook wel gehoord. Om te kunnen blijven boeien, zijn er toch wat andere kleurtjes nodig.” Dat werden eerst blazers, later ook een aantal geweldige vocalisten. Die vond hij, eerst in zangeres Sherry Dyanne, later volgden Patt Riley, Jenny Lane, Ivan Peroti en nu dus Jared Grant. Ingegeven door hun stemmen en mogelijkheden werd het repertoire naast funky, jazzy en soulvol eigen werk soms uitgebreid met opwindende stukken als I’d Rather Go Blind (een bluesklassieker, bekend van onder meer Etta James en Chicken Shack), Superfly (van Curtis Mayfield) en Smack My Bitch Up, de hit van The Prodigy. Sven Hammond rockt, swingt, ontroerd en klinkt gewoon supervet. Of zoals hij Sven het zelf graag zegt: ,,Ik heb een lekker bandje, hè?”

Sven Hammond: donderdag 13 december live in Gebouw-T.